
(Image credit: Blizzard)
Bijna drie weken geleden verscheen World of Warcraft: The Burning Crusade en sindsdien is het moeilijk om nog over een ander spel te praten. Guildleden die maanden niet online waren, staan plotseling weer iedere avond in Azeroth. Vrienden die beweerden definitief met WoW gestopt te zijn, hebben toch een doos gekocht. En wie de uitbreiding op de eerste dag installeerde, zag bij de Dark Portal ongeveer de halve server op hetzelfde stukje grond staan.
Dat laatste was soms onhandig, maar vooral indrukwekkend. Blizzard heeft niet zomaar een paar nieuwe quests aan het spel toegevoegd. De uitbreiding geeft iedere level 60-speler opnieuw het gevoel dat er een complete wereld voor hem ligt waarvan nog bijna niemand de kortste routes, beste beloningen en gevaarlijkste plekken kent.
De eerste uren in Hellfire Peninsula zijn chaotisch. Overal rennen spelers, questmonsters verdwijnen zodra ze verschijnen en op een PvP-server duurt het niet lang voordat Horde en Alliance elkaar tussen de demonen beginnen aan te vallen. Toch verliep de lancering beter dan gevreesd. Er was lag en op sommige servers moest je wachten, maar de grote ramp waarbij niemand dagenlang zou kunnen spelen bleef uit.
Eenmaal door de poort is meteen duidelijk dat Outland geen gewoon nieuw gebied is. De lucht lijkt in brand te staan, stukken land zweven boven een eindeloze afgrond en op de achtergrond loopt een gigantische Fel Reaver rond. Dat ding is inmiddels verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van alle paniekerige berichten in onze guildchat. Je hoort zijn mechanische geschreeuw vaak pas wanneer het al te laat is.
Het mooiste is dat ervaren spelers hier weer voorzichtig moeten zijn. In Azeroth konden veel level 60-personages zonder nadenken door gewone tegenstanders heen lopen. In Hellfire Peninsula kan een verkeerde stap opnieuw eindigen met een lange wandeling vanaf de graveyard.
De grootste schok komt soms niet van een demon, maar van een questbeloning. Spelers die maanden in Molten Core, Blackwing Lair of Zul'Gurub hebben doorgebracht, krijgen in Outland groene en blauwe voorwerpen aangeboden die akelig dicht bij hun oude raid-uitrusting komen. Soms zijn ze zelfs gewoon beter.
Dat voelt de eerste keer bijna beledigend. Een zwaard waarvoor een hele guild tientallen avonden heeft geoefend, wordt ineens vergeleken met iets dat een boer na zes opdrachten uit zijn voorraadkast haalt. Toch werkt het beter dan verwacht. Iedereen kan aan de uitbreiding beginnen zonder eerst de oude raids te hebben uitgespeeld. De zwaarst uitgeruste spelers houden aanvankelijk een voordeel, maar niemand hoeft maanden achterstand in te halen voordat de nieuwe avonturen beginnen.
Daarmee heeft Blizzard iets slims gedaan: veteranen krijgen nieuwe doelen, terwijl gewone level 60-spelers niet alleen als toeschouwer hoeven mee te lopen.
Wie niet direct door de Dark Portal is gegaan, heeft waarschijnlijk een van de twee nieuwe rassen geprobeerd. Vooral de Blood Elves zijn overal. Eversong Woods staat vol met bleke magiërs, paladins en jagers met namen die op elkaar beginnen te lijken. De populariteit is begrijpelijk: het startgebied is prachtig, de muziek is uitstekend en Silvermoon City ziet er rijker en verfijnder uit dan bijna iedere bestaande hoofdstad.
De Draenei zijn vreemder en daardoor misschien interessanter. Hun schip is neergestort op Azuremyst Isle, waarna je tussen brokstukken, kristallen en vreemde technologie begint. De verhaallijn voelt uitgebreider dan bij veel oorspronkelijke rassen en de quests volgen elkaar logischer op.
Belangrijker voor het spel is dat de Horde nu paladins kan maken en de Alliance shamans. Dat blijft even wennen. Een Blood Elf-paladin in Orgrimmar ziet er de eerste keer bijna fout uit, maar voor guilds betekent het dat beide facties eindelijk met dezelfde belangrijke klassen kunnen werken.
Hellfire Peninsula is nog maar het begin. Zangarmarsh is blauw, vochtig en gevuld met enorme paddenstoelen. Terokkar Forest ligt onder een vreemde, donkere hemel en leidt uiteindelijk naar Shattrath, waar Horde en Alliance door elkaar heen lopen zonder elkaar te kunnen aanvallen. Daarna wacht Nagrand, dat nu al het gebied lijkt te zijn waar iedereen screenshots van maakt.
De gebieden zijn compacter ingericht dan veel delen van Azeroth. Questgevers staan vaker bij elkaar, opdrachten sturen je minder vaak zonder reden naar de andere kant van de kaart en dungeon-ingangen zijn duidelijker gegroepeerd. Daardoor voelt het alsof je voortdurend iets nieuws vindt, zelfs wanneer je maar een uur kunt spelen.
De dungeons behoren tot het beste dat Blizzard tot nu toe heeft gemaakt. Hellfire Ramparts is kort genoeg voor een avond waarop niet iedereen lang kan blijven, maar bevat wel duidelijke gevechten en een paar mooie beloningen. The Blood Furnace is donkerder en gevaarlijker, terwijl de instances in Zangarmarsh alweer een compleet andere sfeer hebben. Het is prettig dat een dungeon niet automatisch betekent dat de hele avond verloren is.
Natuurlijk is de nieuwe limiet van level 70 voor veel spelers het belangrijkste doel. De eerste speler bereikte dat niveau al ongeveer 28 uur na de lancering, met hulp van een grote groep vrienden. Voor de rest van ons gaat het iets minder snel, al lijkt het soms alsof niemand nog slaapt.
De ervaringsbalk zien bewegen is verrassend leuk nadat hij zo lang op level 60 stil heeft gestaan. Bij iedere nieuwe ability begint het vergelijken opnieuw en in iedere guild wordt gediscussieerd over talent builds die een week later alweer veranderd zijn. Niemand weet nog precies wat straks de beste opstelling voor raids of arena's wordt, en juist dat maakt deze eerste weken zo leuk.
Op level 70 wachten Heroic dungeons, raids voor tien en vijfentwintig spelers, arena's en natuurlijk vliegende mounts. Vooral dat laatste blijft tot de verbeelding spreken. Vanaf de grond zie je voortdurend eilanden, richels en gebouwen waarvan je weet dat je ze later vanuit de lucht kunt bereiken. De training is duur, maar bijna iedereen is al begonnen met sparen.
The Burning Crusade verandert World of Warcraft niet in een compleet ander spel. Je verzamelt nog steeds quests, doodt groepen monsters, zoekt betere uitrusting en probeert vijf mensen tegelijk op hetzelfde tijdstip online te krijgen. Wie genoeg had van WoW, zal door deze uitbreiding waarschijnlijk niet ineens van mening veranderen.
Maar voor iedereen die nog graag in Azeroth rondloopt, is dit precies de uitbreiding waarop we hoopten. Er zijn nieuwe gebieden, rassen, dungeons, beroepen, spreuken en tientallen kleine verbeteringen. Jewelcrafting zorgt nu al voor een levendige handel in edelstenen en de nieuwe socketed items geven spelers weer een extra reden om eindeloos over hun uitrusting te praten.
Het belangrijkste is dat de wereld opnieuw onbekend voelt. Een paar weken geleden wist bijna iedere ervaren speler waar hij heen moest en welke beloning de moeite waard was. Nu vraagt iedereen weer om uitleg, raakt de helft van de groep verdwaald en kan een enorm metalen monster zomaar uit de mist komen stappen.
Blizzard heeft bijna 2,4 miljoen exemplaren van de uitbreiding in de eerste 24 uur verkocht. Na een paar avonden in Outland is goed te begrijpen waarom. The Burning Crusade is niet alleen meer World of Warcraft; het is het gevoel van de eerste maanden opnieuw, toen achter iedere heuvel nog iets kon staan dat niemand in de guild eerder had gezien.
Voorlopig staat er daarom maar één serieus probleem tussen ons en level 70: morgen gaat de wekker gewoon weer.